intro
fragment
recensies
column Ger Groot |
De regel van Sint-Benedictus
vertaald en
toegelicht door Vincent Hunink
Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2000
tweede druk
(pocketuitgave) 2003, derde druk 2007,
vierde druk 2008

(100p.; EUR 9,95; ISBN 978 90 253 0189 7)
De eerste kloosters in West-Europa dateren uit de late oudheid. Ze werden gesticht naar het voorbeeld van de al veel oudere kloosters in Palestina, Syrië en vooral Egypte. Als de belangrijkste stichter en vader van het westers monnikendom geldt Benedictus van Nurcia (ca. 480-550).
Voor het dagelijks leven in zijn kloosters schreef Benedictus een Regel. Deze tekst, na de bijbel vermoedelijk het meest gelezen boek uit de Middeleeuwen, berustte op oudere modellen, maar bezit een heel eigen karakter. Waar in de oude kloosterregels de nadruk lag op discipline en ascese, is Benedictus opmerkelijk mild van toon.
Het menselijk karakter maakt de regel tot meer dan het historisch belangwekkend document dat het is. Ook niet-christenen in een geseculariseerde eeuw kunnen er kracht en inspiratie uit putten: regelmaat, authenticiteit, zuiverheid en aandacht voor de dingen die je doet, zijn waarden van alle tijden.
Deze nieuwe vertaling, in een mooie handzame uitvoering, maakt de beroemde monniksregel toegankelijk voor een breed Nederlands publiek.
NIEUWS: van dit boek
komt in de zomer van 2009 een E-book versie beschikbaar, uitgegeven door
Querido, Nijgh en Athenaeum. Meer informatie volgt.
Tekstfragment
Dagelijks handwerk (48)
Ledigheid is de vijand van de ziel. Daarom dienen de broeders zich op
bepaalde tijden bezig te houden met handwerk en op bepaalde andere uren met
geestelijke lezing. Wij menen de tijden voor beide als volgt te moeten indelen.
Van Pasen tot 1 oktober verrichten de monniken na de priem de nodige
werkzaamheden tot een uur of tien. Van tien uur tot het uur van de sext wijden
zij zich aan lectuur. Na de sext en de daaropvolgende maaltijd rusten ze op hun
bed. Ze doen dat in alle stilte, en als iemand eventueel wil lezen doet hij dit
op zo'n manier dat het niet storend is voor anderen. De none wordt wat vervroegd
naar ongeveer half drie. Daarna doet men weer het nodige werk tot aan de
vespers.
Als de omstandigheden ter plaatse of armoede het noodzakelijk maken dat zij
persoonlijk de oogst binnenhalen, moeten zij daarover niet ontstemd zijn. Want
dan pas zijn ze werkelijk monniken als ze leven van het werk van hun handen,
zoals ook onze vaders en de apostelen. Maar `alles met mate', dit met het oog op
de broeders die snel het hoofd laten hangen.
Van 1 oktober tot het begin van de vasten wijdt men zich tot acht uur aan
lezen. Om acht uur bidt men de terts, waarna ieder tot de none aan de hem
opgedragen taak werkt. Bij het eerste signaal van de none leggen allen hun werk
neer en wachten tot het tweede signaal klinkt. Na de maaltijd wijdt men zich aan
de eigen lectuur of aan psalmen.
Gedurende de vastenperiode wijdt men zich 's ochtends tot negen uur aan de
eigen lectuur, waarna men tot vier uur aan de opgedragen taken werkt.
In die vastenperiode ontvangt ieder een boek uit de bibliotheek, dat van
begin tot eind volledig gelezen wordt. Deze boeken worden verstrekt aan het
begin van de vasten. Het is hierbij wel van groot belang om een of twee ouderen
aan te wijzen, die op de uren waarop de broeders zich wijden aan lectuur
rondgaan in het klooster. Ze moeten dan kijken of er niet ergens een broeder ten
prooi is aan lusteloosheid en zit te luieren of te kletsen en zich niet
concentreert op zijn lectuur, en daarmee niet alleen zichzelf tekortdoet maar
ook anderen afleidt. Als zo'n broeder onverhoopt ergens wordt aangetroffen,
krijgt hij een- en andermaal een vermaning. Betert hij zich niet, dan wordt hij
openlijk berispt, op een manier die beducht maakt.
Een broeder zoekt geen contact met een andere broeder op de verkeerde uren.
Op zondag wijdt iedereen zich aan lectuur, behalve degenen die voor diverse
taken zijn aangewezen. Als iemand zo ongeïnteresseerd en lui is dat hij niet
wil of niet kan studeren of lezen, geeft men hem iets te doen zodat hij wat om
handen heeft. Zieke of verzwakte broeders krijgen een werk of taak opgedragen
waardoor ze niet met de handen over elkaar zitten maar ook niet door zware
inspanningen overbelast of onwillig raken. De abt moet rekening houden met hun
zwakte.
Recensies
-
'
Vroegere vertalingen, ook in andere talen, hadden vaak een zekere
verhevenheid; de tekst was geheiligd door de geschiedenis. Huninks taal is
gewoner, Hij laat de meester de leerling ook tutoyeren. De Regel lijkt weer
op wat hij is: een werkboek.'
Kees Fens in De Volkskrant 17 juni 2000
-
'fris,
eigentijds, toegankelijk'
Wam de Moor in De Gelderlander 21 juli 2000
-
'en
résumé: à mon avis, la traduction n'est pas assez attentive au processus
spirituel, au sens fort de ces deux termes, qui se trouve dans la Règle,
mais, pour ma lecture de la Règle, je ne voudrais pas être privé
de cette édition.' Walter Meeus in Collectanea Cisterciensia
2001,85-86[ uitgebreide versie: Nederlands artikel door idem in Benedictijns
Tijdschrift 2001, nr 1, 37-44 ]
-
'heldere,
moderne vertaling'
H.F.J. Horstmanshoff in De Stroom (Stichting Het Apostolisch
Genootschap), 2000,10, 21
-
plezierig
leesbare nieuwe vertaling'
Pierre Valkering in De Bazuin 13 oktober 2000
|
COLUMN
door
Ger Groot, in: De Groene Amsterdammer, 30-8-2003
‘We
zijn gemakzuchtig en nalatig en we leven verkeerd. Het schaamrood zou ons
op de kaken moeten staan.’ Zo eindigt, afgezien van een korte aansporing
tot de navolging ervan, de Regel van
Sint-Benedictus, die zojuist in een nieuwe vertaling bij Athenaeum –
Polak & Van Gennep is verschenen. Het valt moeilijk uit te maken wat
het meeste verbaast: de bittere kritiek van cultuur en zeden die een
hedendaagse ecologist of opwekkingschristen niet zou hebben misstaan, of
het verschijnen van dit zesde-eeuwse geschriftje bij een uitgeverij van
literaire klassieken.
Klassiek
is de Regel zeker. Volgens vertaler en toelichter Vincent Hunink is hij
zelfs een van de invloedrijkste westerse teksten aller tijden. Benedictus
van Nursia schreef hem met een praktisch oogmerk: de inrichting van een
monastiek leven dat zelfs in zijn tijd al dreigde te ontsporen. De Regel begint met een filippica tegen monniken die maar deden wat hun
goeddocht: ‘Al hun meningen en keuzes noemen ze heilig, maar als ze
ergens geen zin in hebben vinden ze het “niet toegestaan”.’
Daartegenover
bracht Benedictus een strenge regel in het geweer, die voorschreef dat
monniken in gemeenschap moesten leven, soberheid moesten betrachten - maar
niet teveel - en naast te bidden ook met de handen dienden te werken. De
orde die hij in Monte Cassino in het leven riep zou de levensader worden
die de antieke cultuur verbond met die van het middeleeuwse hoogtij.
Viel
het met de gestrengheid van Benedictus – de tijden in aanmerking genomen
– wel mee, zoals Hunink schrijft? Opmerkelijk is de soepelheid waarmee
de schrijver van de Regel zijn eigen bepalingen relativeert. Nauwkeurig wordt de
volgorde bepaald waarin tijdens het uurgebed de psalmen gelezen moeten
worden, maar aan het eind staat alles weer op losse schroeven: ‘Wie deze
indeling minder geslaagd vindt [moet] maar een andere aanhouden als hij
een betere weet.’
Rigide
was de Regel dus niet, maar een vrolijke boel zal het in de kloosters
daarom nog niet geweest zijn. ‘Moppen vertellen, nutteloos geklets of
grappenmakerij: dat willen wij voorgoed en overal uitgebannen zien,’
schrijft Benedictus die niet veel met humor lijkt te hebben opgehad.
‘Niet snel geneigd zijn tot lachen’ keert nog eens terug als ‘de
tiende trede van nederigheid’ en dat is al bijna het summum van
monastieke deugdzaamheid. Of hamert hij zo herhaaldelijk op de vrome ernst
omdat de praktijk hardnekkig weigerde zich naar zijn Regel
te voegen?
Slecht
kan het leven in de orde van Benedictus in ieder geval niet geweest zijn,
al waren zweepslagen nog een heel gewone straf voor onhandelbare broeders.
‘Een kwart liter wijn per persoon per dag moet voldoende zijn,’
antwoordt de stichter op de vraag hoeveel er dagelijks mag worden
gedronken. Dat klinkt nu uitgesproken ruimhartig en dat was het ook voor
Benedictus al. ‘Eigenlijk is wijn niets voor monniken,’ merkt hij op,
maar geeft het realisme direct weer de overhand: ‘In onze dagen kan men
monniken hiervan niet meer overtuigen. Laten we dan tenminste afspreken
dat we niet drinken tot volle verzadiging toe.’
Ook
de zesde eeuw had nu eenmaal zijn reden om te klagen over zedenverval en
geestelijke zwakheid, zoals de eeuw van Cicero en dáárvoor die van
Homerus die ook al hadden gehad. Historische ironie is het ongewilde
effect van de Regel, wanneer die
vandaag de dag gelezen wordt. Maar bereikt hij ook wat hij wilde
bereiken: een veredeling van het hart door aandachtig werk en eerbiedig
gebed? Misschien bij een enkeling, die het boek omwille van die zieleadel
ter hand neemt – maar die zal eerder naar een meer klassieke,
spirituelere uitgave van het boekje gegrepen hebben.
De
literaire editie die nu verschenen is, zou hem en
Benedictus waarschijnlijk veel te frivool geweest zijn, als de laatste
zich al zoiets als ‘literatuur’ had kunnen voorstellen. Zelfs als hij,
ongemerkt en ongewild, een letterkundig meesterwerk geschreven had, zou
zo’n lezing van zijn Regel hem niet alleen bevreemd maar ook ontstemd hebben. In onze
wereld van de literatuur zou hij waarschijnlijk een voorgeborchte van de
hel hebben gezien. Het literaire a
priori dat wij van de romantiek hebben geërfd, maakt alles wat daarvóór
geschreven is een beetje onbegrijpelijk – en omgekeerd.
(overgenomen
met toestemming van de auteur)
|
LINKS
ga naar lezing
over Benedictus
ga naar document: tekst
van voordracht over 'Nederigheid' in de RB
ga naar document: artikel
'De regel opnieuw vertaald, maar waarom en voor wie?'
latest changes
here: 19-05-2009 13:03
|
De
Regel van Benedictus op VincentHunink.nl
Benedictijner-orde
Latijnse
tekst op intratext.com
Latijnse
tekst op site van Pannonhalma (HU)
Vertaling
Vroomen op intratext.com
Athenaeum-Polak
& Van Gennep |