VincentHunink.nl

Home > ONDERZOEK > VERTALINGEN | EDITIES | PUBL.LIJST | PROJECTEN ||| BRONNEN | INDEX



intro

fragment

samenstellers

 


 BERNARDUS VAN CLAIRVAUX
APOLOGIE
Leven volgens de Regel van Benedictus

vertaling Vincent Hunink,
ingeleid en annotatie Guerric Aerden osco
Damon, Budel 2012


foto: abdijkerk Fontenay


In de dagen van Bernardus van Clairvaux (1090-1153) was het voor monniken in West-Europa gangbaar om te leven volgens de Regel van Benedictus. Maar hoe geef je een tekst van eeuwen terug in het dagelijks leven vorm? Daarover liepen de meningen uiteen. Strikt alles naar de letter volgen? Of juist alles 'vertalen' naar de eigen tijd en praktijk?

Dat laatste had in Bernardus' tijd ook gezorgd voor wat hij en zijn medestanders zagen als uitwassen: monniken die zich omringden met luxe-goederen en een heel comfortabel leven leidden. Vooral de abdij van Cluny werd mikpunt van kritiek op dit punt. Bernardus kreeg op zijn beurt het verwijt dat zijn strenge, wit-geklede Cisterciënser-monniken wel erg hard uithaalden naar de meer traditionele Benedictijnen van Cluny.

In een tweetal traktaten probeert Bernardus zijn positie nader te bepalen.

In de Apologie, een kort en vlammend betoog uit zijn vroege jaren, verdedigt hij zichzelf en zijn mensen tegen de kritiek dat ze Cluny zouden afvallen. Maar bij alle respect dat hij betoont voor 'de zwarte monniken' laat hij op handige wijze ook felle kritiek doorklinken. Sommige passages hebben een onmiskenbaar satirische toon. De Apologie laat zo iets zien van de verhitte debatten tussen de twee ordes.

Een langer en meer juridisch ingesteld traktaat is Voorschrift en vrijstelling (de praecepto et dispensatione). Hierin ontwikkelt Bernardus, ook weer naar aanleiding van concrete vragen en kritiek, zijn denkbeelden over gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid. Wanneer moet je de Regel strikt naleven? Wanneer is er vrijstelling mogelijk en wie bepaalt dat dan? Wat is eigenlijk (on)gehoorzaamheid, en hoe moet het individu zich schikken naar het gezag waaronder hij staat?

Veel van wat Bernardus zegt en schrijft is onvermijdelijk in eerste instantie tijdgebonden. Toch staan zijn teksten ook een spirituele lezing toe. Daarvoor wordt in deze uitgave volop gelegenheid geboden.

De twee traktaten in nieuwe Nederlandse vertaling verschijnen in de reeks Middeleeuwse Monastieke Teksten (MMT). Daarin wordt geprobeerd teksten te ontsluiten door enerzijds nieuwe, frisse vertalingen, anderzijds uitvoerige noten en bijlagen. In dit deel bundelen vertaler Vincent Hunink en cisterciënzermonnik Guerric Aerden ocso hun krachten.
 


foto: Le Thoronet

 



FRAGMENT


 

Vroeger en nu

 

IX (19) Wie had dat ooit kunnen denken toen de monastieke orde begon? Monniken die vervallen tot zo'n gebrek aan daadkracht... Ach, wat staan we nu ver af van de monniken uit de dagen van Antonius![1] Als die elkaar van tijd tot tijd uit liefde bezochten, ontvingen ze van elkaar heel gretig het brood van de ziel, waarbij ze het lichamelijk voedsel totaal vergaten. Zo brachten ze doorgaans de hele dag door met vasten voor hun maag, niet voor hun geest!

Ja, dat was de juiste orde: het belangrijkere deel het eerst bedienen.[2] Dat was onderscheiding bij uitstek: wat hoger staat krijgt meer. En dat was de ware liefde: grote zorg voor het verkwikken van de ziel. Want uit liefde voor de zielen is Christus gestorven.

Als wij nu samenkomen is dat, om de woorden van de Apostel te gebruiken, niet om te eten van de maaltijd des Heren.[3] Niemand is er op zoek naar het hemelse brood, niemand deelt het uit.[4] Geen aandacht voor de Schrift, geen aandacht voor het heil van de ziel, maar alleen onbenulligheden en gelach en woorden die verwaaien op de wind.[5] Bij de maaltijd gaat er evenveel roddelpraat door de oren als voedsel door de keel.[6] En terwijl je daar met alle aandacht naar luistert, eet je zonder maat.[7]

Lekker eten[8]

(20) Intussen verschijnt gerecht na gerecht op tafel. Vlees is het enige waarvan men zich onthoudt, maar ter vervanging daarvan komen er enorme moten vis, in dubbele gangen.

Heb je voldoende gehad van de eerste gang en begin je aan de tweede, dan krijg je het idee dat je helemaal nog geen vis op hebt. Zo goed verzorgd en culinair verfijnd is alles wat je krijgt voorgezet dat je wel vier of vijf gerechten kunt wegwerken... De eerste gangen werpen geen blokkade op voor de laatste, je verzadiging maakt je eetlust niet minder.

Nieuwsoortige aroma's verleiden je smaakpapillen, die dan langzaam ontwend raken aan de gewone kost. Exotische sauzen geven je weer nieuwe zin, alsof je nog niets binnen hebt. Ongemerkt raakt je maag overladen maar het gaat je niet tegenstaan: wat een variatie!

Voor pure ingrediënten, zoals de natuur ze heeft gemaakt, halen wij de neus op. Wij mengen juist van alles op allerlei manieren door elkaar. De natuurlijke smaken, die God aan producten heeft gegeven, laten we voor wat ze zijn en met kunstmatige smaakjes prikkelen we tong en keel.[9] Aan de normale behoeften[10] is uiteraard al lang voldaan, maar de zin in lekkere dingen blijft bestaan.

Neem bijvoorbeeld alleen al de bereiding van eieren, om over andere dingen maar te zwijgen. Op hoeveel manieren worden ze behandeld, ja mishandeld? Met hoeveel aandacht worden ze gekeerd en opnieuw gekeerd, gepocheerd, gekookt, gesnipperd?[11] En hoe dient men ze op? Gebakken, gebraden, gevuld, gemengd, apart... teveel om op te noemen. En waar is dat allemaal goed voor? Alleen om te zorgen dat ze niet gaan tegenstaan!

Zelfs de presentatie van voedsel is iets wat veel aandacht krijgt. Alles moet er van buiten zo mooi uitzien dat de aanblik evenveel plezier geeft als de smaak. Een reeks oprispingen geeft aan dat de maag vol zit, maar de nieuwsgierigheid is nog niet bevredigd. Maar terwijl de ogen zich laten verleiden door kleuren en de smaakpapillen door aroma's moet de arme maag het verduren. Voor hem geen fonkelende kleuren, geen strelende smaakjes, nee, hij moet alles maar zien te verstouwen. Zo raakt hij meer beladen en bedolven dan gesterkt.

(Apologie, c.19-20)


foto: abdij van Notre-Dame d'Acey


 


NOTEN

[1] De verwijzing is naar abba Antonius , de legendarische vader van het monachisme. Zijn beroemde levensbeschrijving vormt het beginpunt van de christelijke hagiografie. Vgl. Athanasius van Alexandrië, Verleidingen in de woestijn, het leven van de heilige Antonius, vertaald en toegelicht door V. Hunink, Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2002, digitale versie Nijmegen, 20052 (online via www.vincenthunink.nl). De vroege cisterciënzers grepen graag terug naar het pre-benedictijnse monachisme. Vgl. Willem van Saint-Thierry, De Gulden Brief 13, o.c. blz. 40; Aelred van Rievaulx, Homélies sur les fardeaux selon le prophète Isaïe 10, 14. Pain de Cîteaux 25. Abbaye N.D. du Lac, Oka, 2006, blz. 141-142.

[2] Hier formuleert de abt van Clairvaux exact wat hij onder ‘ordening’ verstaat: het belangrijkste eerst.

[3] 1 Kor. 11,20

[4] Bernardus omschrijft zijn ambt als abt van Clairvaux meermaals met het beeld van de uitdeler van het brood, waarvan Christus de bakker is. Vgl. SCt 1, 1 (SBO I, blz. 3); Ep 106,2 (SBO VII, blz. 266).

[5] Vgl. Job 6,26 (volgens de Vulgaat)

[6] Volgens de Regel van Benedictus moet er tijdens de maaltijd een volstrekt stilzwijgen in acht genomen worden, en mag de lezing nooit ontbreken (Vgl. RB 38, 1.5).

[7] ‘Niets is zo oneigenlijk voor élke christen als overmaat’ (RB 39, 8).

[8] De nu volgende passages zijn schatplichtig aan antieke literaire genres zoals de satire en de schimprede. De kunst bestaat erin niets dan de feitelijke waarheid te zeggen, maar daarin zo te overdrijven dat het echt grappig wordt, evenwel binnen aanvaardbare grenzen. Bernardus blijkt deze kunst meesterlijk te beheersen. Vgl. inleiding.

[9] Achter deze zinnen steekt het natuurbegrip van de Vaders. Vgl. Willem van Saint-Thierry, De Gulden Brief 89, o.c., blz. 75: ‘Zemelenbrood en eenvoudig water, gewone groenten en peulvruchten zijn allerminst genotsartikelen. Maar in de liefde van Christus en verlangend naar innerlijke genieting is het bijzonder aangenaam om een gezonde maag daarmede tevreden te kunnen stellen. (…) Indien onze waanzin het zou toestaan zou het zeer makkelijk en aangenaam zijn te leven volgens de natuur, gekruid met Gods liefde. Is deze genezen dan lacht de natuur terstond het natuurlijke toe’. Zie verder J. M. Déchanet osb, “Le ‘naturam sequi’ chez Guillaume de Saint-Thierry”, in Collectanea Cisterciensia VII (1940) 141-148.

[10] Letterlijk meta necessitatis: het doel van het noodzakelijke, d.w.z. de legitieme basisbehoeften van de mens. Vgl. noot 146.

[11] Een twaalfde-eeuwse navolger van Bernardus’ satire voegde hier nog bij: nunc mollia, zacht gekookt.

 


 

SAMENSTELLERS

 


Guerric Aerden ocso (links) & Vincent Hunink (rechts)


latest changes here: 10-01-2012 11:46


Radboud Universiteit

Uitgeverij Damon

MMT Middeleeuwse Monastieke Teksten

Abdij Westmalle

Cisterciënzerorde

Bernardus op VincentHunink.nl

Een apologie van Bernardus' Apologie



HOME VH / vincenthunink.nl

(c) 2012 V. Hunink

copyright statement  / contact