intro
fragment
recensies
volledige tekst |
Het schandelijke leven
van Heliogabalus
vertaald en
toegelicht door Vincent Hunink
Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2001

Onder de Romeinse keizers zijn er heel wat liederlijke figuren en monsters geweest. Maar als we de antieke bronnen moge geloven spande de exotische Heliogabalus wel de kroon. Deze Syrische priester van de zonnegod Elagabal was pas veertien toen hij in 218 tot keizer werd uitgeroepen. De vier jaar die er toen volgden behoren tot de meest bizarre in de geschiedenis van het Romeinse hof. Nooit eerder zag men een keizer die zich publiekelijk zozeer misdroeg en zo'n aanfluiting maakte van zijn bestuur. Zijn keizerschap had nog het meeste weg van een onafgebroken orgie. Na vier jaar was de maat meer dan vol en werd de jonge keizer door soldaten bruut vermoord.
Wat van zijn korte bewind rest zijn voornamelijk sterke verhalen. Die zijn te vinden in een bonte levensbeschrijving van Heliogabalus, die deel uitmaakt van de zogenaamde 'Historia Augusta'. Dat is een verzameling keizersbiografieën uit de vierde of vijfde eeuw, bedoeld als vervolg op Suetonius' 'Keizers van Rome'. In harde bewoordingen veroordeelt de auteur het leven van de verdorven jonge keizer. Maar intussen kan hij zich ook heel aardig uitleven. Hij levert tal van sappige details over de onvoorstelbare luxe waarmee Heliogabalus zich omringde. Inderdaad: sensatiezucht is van alle tijden.
'Het leven van Heliogabalus' wordt al eeuwenlang gezien als een van de boeiendste schandaalkronieken uit de klassieke letteren. Het is een fascinerend kleinood vol perversie en decadentie, dat bijvoorbeeld Louis Couperus inspireerde tot zijn roman 'De berg van licht'.
De geruchtmakende Latijnse tekst is nu pas voor het eerst in het Nederlands beschikbaar.
FRAGMENT
Schandelijke praktijken (6-8)
Ereambten, onderscheidingen en hoge functies
verkocht hij allemaal voor geld, hetzij in eigen persoon, hetzij via zijn vele
slaven en lust-assistenten. Hij benoemde mensen in de senaat zonder onderscheid
in leeftijd, vermogen of afkomst, tegen betaling. Zelfs de functies van
commandant, tribuun, gezant of generaal werden verkocht en zelfs de taken en
diensten in het paleis. Twee wagenrenners, Protogenes en Cordius, die
aanvankelijk zijn kameraden waren bij de races, liet hij later delen in zijn
hele leven en alles wat hij deed. Veel anderen die hij mooi vond om te zien
haalde hij weg bij het toneel, de Circus of de arena en bracht ze zijn paleis
binnen. Op Hiërocles was hij zo gek dat hij diens geslachtsdelen zoende (dit is
zelfs onfatsoenlijk om te zeggen), waarbij hij verklaarde dat hij het
`Flora-feest aan het vieren was'.
Hij bedreef ontucht met een Vestaalse maagd,
vernielde schrijnen, ontwijdde de rituele voorwerpen en wilde het eeuwigbrandend
vuur doven. En niet alleen de godsdienstige plechtigheden van de Romeinen wilde
hij afschaffen maar die van heel de wereld. Hij had namelijk maar één ding
voor ogen: dat de god Heliogabalus overal zou worden vereerd. Zelfs in de
gewijde ruimte van Vesta, waar alleen de Vestaalse maagden en priesters mogen
komen, drong hij binnen. En dat terwijl hij in alle opzichten moreel bezoedeld
was en degenen die hem bezoedeld hadden bij zich had! Hij probeerde ook het
heilige voorwerp mee te nemen. De opperpriesteres wilde hem misleiden en wees
hem een aarden pot aan, als zou dat de echte zijn. Toen hij die pakte maar er
niets in kon vinden, gooide hij hem op de grond en brak hem kapot. Toch heeft
hij geen afbreuk kunnen doen aan de cultus. Men vertelt namelijk dat er
verschillende potten gemaakt waren die er hetzelfde uitzagen, juist om ervoor te
zorgen dat nooit iemand de echte eruit kon halen. Niettemin nam hij wel een
beeld mee waarvan hij dacht dat dit het Palladium was. Hij hulde het in goud en
plaatste het in de tempel van zijn god.
Hij ging ook over tot de cultus van de Grote
Moeder en onderging de Taurobolium-riten. Op die manier hoopte hij haar
cultusbeeld weg te kunnen halen en ook alle andere heilige voorwerpen die
achterin haar heiligdom bewaard worden. Hij liep wild met zijn hoofd te schudden
tussen de gecastreerde sekteleden, bond zijn geslachtsdelen af en deed alles wat
de Galli doorgaans nog meer doen. Het gewijde voorwerp wist hij mee te nemen en
hij bracht het over naar het heiligdom van zijn eigen god.
Ook hield hij een processie voor Salambo,
compleet met alle rouwmisbaar en wilde gebaren van de Syrische cultus. Dat was
eigenlijk een voorteken van zijn eigen op handen zijnde ondergang.
Alle goden waren niet meer dan bedienden van
zijn god, zo zei hij. Sommige noemde hij diens kamerheren, andere diens slaven
en weer andere bedienden voor verschillende dingen. De zogenaamde `goddelijke
stenen' wilde hij uit hun eigen tempel weghalen en ook het beeld van Diana uit
het heiligdom in Laodicea, waar Orestes het had opgesteld.
Men zegt dat Orestes niet slechts één
beeld van Diana op één plaats heeft opgesteld maar vele beelden op vele
plaatsen. Nadat hij zich bij Drie-Rivieren in de buurt van de Hebrus ritueel had
gereinigd op grond van een orakelspreuk, stichtte hij de stad Oresta, waar vaak
mensenbloed zou vloeien. Hadrianus wilde dat die stad Oresta aangeduid werd met
zijn eigen naam, hetgeen ook gebeurde op grond van een orakelspreuk, in de tijd
dat Hadrianus aan waanzin begon te lijden. Er was hem namelijk opgedragen om `in
het huis of in de naam van een waanzinnige te kruipen'. Daarna, zo wordt
verteld, genas hij van zijn waanzin. Onder invloed daarvan had hij al vele
senatoren ter dood veroordeeld, maar ze waren allemaal gered door Antoninus, die
ze nadien binnenvoerde in de senaat. Daarmee verwierf hij zich de erenaam Pius,
de Vrome, omdat iedereen geloofde dat ze al op bevel van de keizer waren gedood.
Heliogabalus bracht ook mensenoffers.
Hiervoor koos hij uit heel Italië mooie, adellijke jongens van wie de vader en
moeder nog in leven waren. Ik denk dat hij dat deed om het leed des te groter te
maken, omdat het dan telkens twee ouders trof. Voorts beschikte hij over
allerlei soorten magiërs, die hij elke dag offers liet brengen. Daartoe
moedigde hij ze zelf aan en hij bracht dank aan de goden die hun gunstig gezind
waren. Dat kon hij bepalen wanneer hij de ingewanden van de jongens schouwde en
de slachtoffers martelde volgens het ritueel van zijn land.
RECENSIES
-
'vertaalde de tekst in een zeer eigentijds register'
(Hans Gulpen in De Gelderlander 18 mei 2001)
-
'Ik
(...) heb mij (...) kostelijk geamuseerd'
(Patrick De Rynck in De Morgen 6 juni 2001)
-
'Hunink
heeft de verleiding weerstaan de tekst klassieker te laten klinken dan hij
is'
(Hans Warren in Provinciale Zeeuwse Courant 26 juli 2001; ook in GPD
26 juli 2001; Noordhollands Dagblad 23 augustus 2001)
-
'fascinerende
inkijkjes in de decadente upper class van Rome'
(Wim Doesburg in De Limburger 18 oktober 2001)
-
'sensationele
levensbeschrijving van deze verknipte jongeman'
(Piet Gerbrandy in: De Groene Amsterdammer 14 juli 2001)
-
'Overigens
leest de vertaling over heel de lijn soepel en vlot, met goed vertaalde
scheldnamen als "Sleepzak" en "Smeerpijp".'
(Jef
Ector in Leesidee 7,2001,6)
Volledige
tekst van recensie Patrick De Rynck (de Morgen, 6 juni 2002):
Een model van zwijnerij
Triviale lectuur van een minderwaardig talent voor een diepgezonken lezerspubliek. Pure sensatiezucht. Een ratjetoe. Boosaardige achterklap. Ziedaar wat mijn voorgangers over Het schandelijke leven van Heliogabalus zoal te melden hebben. Vertaler Vincent Hunink memoreert in zijn Nawoord de vernietigende oordelen over deze anonieme Latijnse tekst uit circa 400, waarvan hij nu de eerste Nederlandse vertaling maakte. Hij voegt er zijn eigen oordeel aan toe: "Er is maar één goede reden om de tekst serieus te nemen: als oefening in het bedenken en opsommen van exotische details en staaltjes van luxe en decadentie. Alleen het seksuele gebied blijft, jammer genoeg of gelukkig, enigszins onderbelicht." Ik sluit mij volgaarne bij al mijn voorgangers en bij Hunink aan en ik heb mij bij het lezen van dit werkje over "een keizer die zinnelijk genot toeliet in alle openingen van zijn lichaam" - je raast erdoorheen op pakweg de trein tussen Antwerpen en Leuven - dan ook kostelijk geamuseerd. Ben ik nu een diepgezonken lezerspubliek? Met plezier.
De Syriër Heliogabalus of Elagabal werd in 218 keizer van Rome. Hij was toen veertien, de leeftijd voor nukkige pukkels en van vroegrijpe violisten en Roemeense turnsterretjes, niet van Romeinse keizers die naam waard. Zijn grootmoeder manoeuvreerde hem in Rome op de troon. Daar deed Heliogabalus, "wiens leven alleen bestond uit het bedenken van genietingen", zijn best om niet te regeren en om uitzinnig te leven. Die dubbele puberale keuze blijkt uit de keuze van zijn cabinettards: een van de voornaamste selectiecriteria was dat ze goedgeschapen moesten zijn. Lang heeft het onwezenlijk exuberante liedje niet geduurd: na vier jaar werd Heliogabalus in een openbaar toilet vermoord en vervolgens werd zijn lijk smadelijk in een riool van Rome gedumpt en in de Tiber geworpen. Hij heeft dus niet een van zijn vele zelfmoordplannen kunnen realiseren: "Hij had een heel hoge toren laten maken, met op de grond platen voorzien van goud, waarin in zijn bijzijn edelstenen waren geplaatst. Daaruit kon hij zich omlaagstorten." De alternatieve Val van Rome heeft niet mogen plaatsvinden.
Moeten we alles geloven wat in dit obscure, laatantieke tekstje van een naamloze 'historicus' wordt verteld? Is het allemaal waar? Zoals dat voor de meeste antieke biografieën geldt: nee, en zeker niet in dit geval. Veel details en gedragingen maken deel uit van het vaste repertorium van antieke tirades tegen luxe. Je ziet de retorische en vertelmatige trucs en clichés defileren in het patroon van Heliogabalus' misdragingen zoals ze hier worden verteld: hij doet doorgaans letterlijk het omgekeerde van wat de norm voorschrijft, streeft voortdurend naar Guiness Book-superlatieven, leidt een theatraal schijnleven vol domme grollen waarin 'doen alsof' de clou uitmaakt en wil eigenlijk het liefst alles in z'n leven maar één keer doen, ook in zijn wegwerprelaties. Je herkent in deze biografie nu en dan stukjes Caligula en Nero, ook niet meteen voorbeelden van psychische stabiliteit.
Het leven van Heliogabalus zoals het hier wordt verteld, fascineerde voor en na 1900 niet de kleinste jongens: Gustave Flaubert, Joris-Karl Huysmans, Louis Couperus, André Gide. Decadenten, diepgezonkenen. Zij hadden iets met het aberrante, en tegen morele en religieuze beknottingen en hersenboeien. De androgyne Heliogabalus, de keizer die zwom in rozenwijn en rozen en zich liet nemen verkleed als de godin Venus, was een lichtend voorbeeld, een bijna bovenmenselijk hoogtepunt in de aberratie. Heliogabalus was de decadente, perverse heilige van de antichristelijke Vrije Zeden.
VOLLEDIGE TEKST
De volledige tekst van Het
schandelijke levenvan Heliogabalus , vertaald en toegelicht door Vincent Hunink,
Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 2001
is op deze site
beschikbaar. Iedereen wordt van harte uitgenodigd om de tekst te downloaden en
te lezen. Wilt u fragmenten van de tekst overnemen in een commerciële uitgave,
dan is toestemming van de uitgever nodig (Singel 262, 1016 AC AMSTERDAM). Een
berichtje
naar mij wordt sowieso op prijs gesteld ! Het is voor mij aardig om te horen
wat er met deze tekst gebeurt.
Gebruik
onderstaande link om het bestand te downloaden.
Het
bestandsformaat is PDF. De grootte van het bestand is 211
kB.
download
de integrale tekst van Het schandelijke leven van Heliogabalus (PDF)
latest changes
here: 04-01-2010 11:51
|
Athenaeum-Polak
& Van Gennep |