Algemeen
Titel:
Kunst & Cultuur
Naam:
Bette Dijkema en Willeke Koerhuis
Onze eerste doelstelling is te
proberen in Marokko een galerie voor (moderne) Marokkaanse schilderkunst te
bezoeken en hier informatie vandaan te halen, bijvoorbeeld over verschillende
stromingen binnen deze schilderkunst. Onze tweede doelstelling is de musea te
bezoeken waar voorwerpen van de onderwerpen uit ons referaat ten toon worden
gesteld en hier gedetailleerde informatie over te vinden. Vooral het museum in
Fez lijkt ons in dit geval zeker een bezoekje waard.
Weefwerken
Tijdens onze Marokko-reis is
ons heel wat duidelijk geworden over de tradities van het weven in Marokko. In
elke stad waar we kwamen werd geprobeerd ons een tapijtenwinkel binnen te
lokken waar uitgebreid over de tapijten en het vervaardigen ervan werd verteld.
Zo ook in Ouarzazate waar we dinsdag negen april een kashba en een ksar bezochten en waar we door onze gids naar een
tapijtenhandelaar werden gebracht. In een klein kamertje vol met tapijten en
een weefgetouw vertelde hij ons van alles over tapijten en liet onderwijl een
keur aan tapijten zien die aansloten bij zijn verhaal.
Als eerste vertelde hij
ons over het vervaardigen van de tapijten. Dit gebeurt op een weefgetouw. Deze
was ouderwets en authentiek en hij
vertelde dat het zeven dagen duurt om hier een tapijt op te maken. Volgens onze
verteller bestonden er ook snellere manieren van tapijten weven, maar van die
tapijten was de kwaliteit dan ook een stuk minder. Deze vorm van concurrentie
stoorde onze tapijtenverkoper, omdat dit het niveau van de tapijten omlaag
brengt en er voor zorgt dat de tradities van het weven verloren gaan.
Ten tweede vertelde hij
ons iets over de tapijten zelf. De
traditioneel gemaakte tapijten zijn stevig en kunnen zelfs in de wasmachine
zonder dat het aan stevigheid of kleur verliest. Het materiaal dat voor de
tapijten wordt gebruikt, is katoen of kamelenhaar. De kleuren van de tapijten
zijn ontstaan door het gebruik van natuurlijke kleurstoffen zoals bijvoorbeeld
klaproos voor rood en safraan voor geel. Hiermee worden kleine of grote stroken
geweven zodat er een kleurrijk strokengeheel ontstaat. De einden worden
afgemaakt met flosjes zodat het tapijt niet kan rafelen. Verder werden in de
tapijten verschillende symbolen geweven zoals een opstaand driehoekje voor
zonsopgang en een ruitvormig symbool dat als ‘hand van fatima’ werd gebruikt
(bescherming tegen kwaadaardige krachten).
Ten derde vertelde hij
dat het tapijt ook verschillende gebruiksvormen kent. Natuurlijk als decoratie
op de grond of aan de muur, maar ook als ‘zadeltassen’ voor vervoer van spullen
op ezel of kameel of als bescherming tegen de kou voor de persoon zelf. Er
bestaan zelfs tweepersoons tapijten die worden gebruikt om met zijn tweeën in
te slapen.
In Meknès werden we ook
een tapijtenwinkel binnengesleept waar de tapijtenhandelaar nog iets toevoegde
aan het verhaal van de verkoper uit Ouarzazate. Hij vertelde namelijk dat er
ook verschillende soorten tapijten zijn die door vrouwen al op jonge leeftijd
worden gemaakt. Bijvoorbeeld een tapijt voor hun bruiloft of voor de geboorte
van een eerste kind.
De Marokkaanse keuken
Onze ervaringen met de
Marokkaanse keuken zijn het beste weer te geven aan de hand van een dagindeling
met betrekking tot de culinaire kunsten in Marokko.
’s Ochtends: het ontbijt in ons hotel bestond in het minste
geval uit stokbrood met jam en in het beste geval uit stokbrood, croissantjes
en chocoladebroodjes met jam en smeerkaas. Koffie, thee en vers geperste jus
d’orange waren standaard aanwezig
’s Middags: afhankelijk van de mate van hongerigheid. In
geval van mindere honger voldeed meestal een Marokkaanse salade (onder andere
komkommer, tomaat, paprika in kleine stukjes gesneden en op smaak gebracht met
verschillende soorten kruiden) met brood en eventueel met een schaaltje friet.
Ook kon een omelet met bijvoorbeeld kaas over het algemeen wel de mindere
honger stillen. In geval van meer honger werden er over het algemeen de
volgende gerechten besteld:
- tajine verkrijgbaar in
verschillende soorten in een persoonlijk potje
- meschuï oftewel choua, een
aantal spiesjes van bijvoorbeeld lamsvlees vers
bereid op de barbecue
- een sandwich kefta, een half
Marokkaans brood gevuld met gehaktballetjes, salade en friet
- couscous verkrijgbaar in
verschillende soorten
Dit alles werd vergezeld van
één of meerdere flesjes cola of fanta d’orange. Als dessert werd vaak de
Marokkaanse zoete muntthee gedronken.
Tussendoortjes: fris, koffie of (Marokkaanse) thee met tussendoortjes als bijvoorbeeld
een Merendina (cakeje met chocolade) die overal op straat in kleine kraampjes
te verkrijgen waren.
’s Avonds: In het begin van de reis over het algemeen
Marokkaanse eten als tajine of couscous met als voorgerecht harira (soep) of
aardappelsoep en als nagerecht fruit (sinaasappel met kaneel) of Marokkaanse
thee. In Marrakech hadden we een buffet met talloze Marokkaanse voor-, hoofd-
en nagerechten (hier hadden we de gelegenheid om bastilla te proeven). Naarmate
de reis vorderde, werd er ‘s avonds steeds vaker gekozen voor Europese
eetgelegenheden zoals een Italiaan, een Grieks-Frans restaurant of de
MacDonalds.
Marokkaanse
Schilderkunst
We hebben gedurende onze reis
opgelet op verschillende aspecten die met schilderkunst te maken hebben. In
verschillende steden waren aanplakbiljetten te zien voor galeries over
schilderkunst en onderweg hebben we verschillende kleine ateliertjes gezien
waarvan we er één hebben bezocht. Hier hingen aquarellen met voornamelijk
landschappen en personen afgebeeld.
In de souks was er weinig aandacht voor schilderijen of tekeningen. Waar je
in Frankrijk de tekenaars op straat hebt en in Griekenland eindeloos veel
winkeltjes ziet met fraaie plaatjes, kom je in Marokko nauwelijks zoiets tegen.
We waren dan ook blij verrast toen de muren van een steegje van de souk van Fes
ineens vol bleken te hangen met
schilderijen. Op de schilderijen waren voornamelijk beeltenissen geschilderd
van Marokkaanse landschappen en steegjes in de stad. Hier en daar is er ook een
oude man of klein kind geschilderd. Een koopman komt natuurlijk op ons af, want
wij kijken geïnteresseerd. Ja, alle schilderijen had hij zelf geschilderd.
Tuurlijk, we zien wel even over het hoofd dat de doeken met veel verschillende
namen zijn ondertekend. Als we op deze manier informatie moeten krijgen over
schilderkunst…
In de straatjes van de medina is het al snel duidelijk dat de Marokkanen
veel waarde hechten aan sieraden. Er zijn veel winkeltjes met vooral zilveren
sieraden. Als je het de verkoper vraagt is natuurlijk alles zilver, maar de
toerist kan ook zijn hart op halen aan goedkope imitatie-sieraden. Vooral
kettinkjes kom je overal tegen.
Ook buiten de steden kun
je met groot gemak een leuk sieraad op de kop tikken. Bij het verlaten van de
bus voor een fotostop zijn vaak verkopertjes te vinden met verschillende
sieraden. Inderdaad gaat het hier vaak om de landelijke sieraden: veel gebruik
van koraal en barnsteen (hoewel ook onecht uiteraard). De stad-land
tegenstelling werd nog meer zichtbaar in Fes, waar sommige etalageruiten waren
gevuld met grote, glimmende gouden sieraden. Hier waren ook veel winkeltjes met
gouden riemen: grote, brede gouden banden met versieringen die de bruid tijdens
haar huwelijk om haar middel draagt. Niet iets wat echt comfortabel zou zijn als
je het zo bekijkt.
Bij het geringe aantal
Marokkaanse vrouwen dat je tegenkomt, vallen de sieraden niet echt op. Zelfs de
fibula heb ik helaas niet kunnen ontdekken, hoewel dat toch het sieraad moet
zijn dat haar kleden bijeen houdt. In de winkel is de fibula overigens wel
terug te vinden. Het is jammer dat de Berbervrouwen die je onderweg ziet niet
dichtbij genoeg komen om te kunnen zien welke sieraden zij dragen. Zij vielen
vanuit de bus bijzonder op door hun felgekleurde kleding, dus wellicht droegen zij
ook de sieraden.
Uiteraard is het vooral
met bijzondere gelegenheden dat de Marokkaanse vrouw haar sieraden draagt. De
verschillende etalages laten echter zien dat het er wel heel bijzonder uit moet
zien…
De grote keramische traditie in Marokko is op vele terreinen zichtbaar.
Allereerst het zilij (mozaïekwerk in kleine tegeltjes). Op vele plekken
tref je deze tegels aan. In de paleizen en in en op de moskee, maar ook in
woonhuizen. In Fes, waar we rondgeleid werden door een deskundige (David),
konden we een goede indruk krijgen van het unieke karakter van deze kunstvorm.
Wat voor je gevoel een armoedige steeg is, blijkt prachtige huizen te
verstoppen. Zo gauw je de deur door komt, wordt je verrast door de prachtige
motieven en kleuren. Voor ons onwetenden allemaal even prachtig, maar David
wees ons erop dat het de helft van de tijd maar prutswerk was. Hij legde uit
dat de handwerkers van tegenwoordig niet meer werkten zoals vroeger. Zij worden
tegenwoordig per uur betaald, wat betekent dat tijd geld is, dus kan men zich
niet meer permitteren het werk met groot geduld te doen. Onze gids laat ons het
zilij zien op een fontein in een woonhuis dat gerestaureerd is met behulp van
de Italiaanse overheid. Wij vonden het geweldig en namen er allemaal een foto,
maar volgens David waren sommige delen bijzonder slecht gerestaureerd. Het gaat
om de afstand die tussen de verschillende vormen ligt. Bij de oude, “goede” zilij is er nauwelijks
afstand, de onderdeeltjes zijn perfect aan elkaar gelegd. En inderdaad, bij de
nieuwe zilij is het heel anders. Je kunt duidelijk de voegen zien binnen de
figuren. Bovendien zijn ze niet zo mooi gesneden als bij de authentieke zilij.
Druppelvormige elementen lopen niet mooi rond bijvoorbeeld. Nu David ons erop
gewezen heeft, is het inderdaad heel duidelijk. In zijn eigen huis draagt hij
er dan ook zorg voor dat het bijzonder nauwkeurig gebeurt.
Een ander aspect van het aardewerk zijn de
potten en schalen. Je ziet ze in elk toeristisch winkeltje, maar het is ook
overduidelijk dat de Marokkaan dit voortdurend gebruikt in zijn dagelijks
leven. Het meest typerend vind ik de tajine-potten die bij alle restaurants wel
ergens staan te stomen. In deze gevallen zijn ze meestal onbeschilderd en soms
geglazuurd. De potten in de souvenirwinkeltjes echter zijn over het algemeen
druk beschilderd met felle kleuren en altijd glimmend geglazuurd. Hetzelfde
geldt voor de vele schalen en asbakken. De schalen zijn soms ook gegraveerd, al
dan niet met echt zilver.