Dag 10: Fes

Titel: Medina van Fes

Naam: Katrijn van Sprundel

 

Aan het einde van de achtste eeuw stichtte Idriss I de stad Fez aan de rechteroever van de Oued Fez. In 818 werd de Andalusische buurt gevormd door meer dan duizend moslim-families die verbannen waren uit Arabisch Andalusisch Zuid-Spanje door christelijke legers. Zeven jaar later kwamen daar nog eens 300 welvarende families van handelaren en ambachtslui bij uit Tunesië. De medina groeide snel, en al gauw werd er een universiteit opgericht. Tijdens het protectoraat bouwden de Fransen de Ville Nouvelle, met haar uitgestrekte boulevards. Ook vestigden ze de administratieve functies van Fes buiten de smalle straatjes van de Medina in de Ville Nouvelle. De laatste jaren is er weer veel belangstelling voor de medina. Vooral de architectuur wordt weer op waarde geschat. Er vinden tal van restauraties plaats. Het staat op de monumentenlijst van UNESCO.

 

 

Onze verwachtingen waren dan ook hooggespannen aan het begin van ons bezoek aan Fes. Te meer omdat het hier een van de laatste shop-gelegenheden betrof voordat we weer naar het druilerige Holland zouden terugkeren. Qua druilerigheid deed Fes bepaald niet onder voor ons kikkerlandje. Het regende er. Na deze eerste teleurstelling – ach, kop op, we kunnen weertechnisch gesproken tenslotte tegen een stootje, nietwaar? – namen we intrek in onze ‘hotels’. Het pension Batha voldeed niet geheel aan ieders verwachtingen, vandaar dat we na nacht 1 besloten intrek te nemen in het gelijknamige hotel. Dit was andere koek. Goed, de behuizing was geregeld. Op naar de medina!

De medina is, zeer kort door de bocht, een doolhof van zo’n 9400 nauwe straatjes en steegjes met op het hoogste punt een groot aantal winkeltjes. Echt onvoorstelbaar dat hier op een oppervlakte van 1,5 bij 3,6 km ongeveer 310.000 mensen leven en werken! Het geheel is omgeven door muren met poorten die de enige toegang verschaffen. Men probeert er werkelijk van alles aan de man te brengen: van versgeperst sinaasappelsap tot tajineschalen, van sportschoenen (waarbij over de authenticiteit te twisten valt) tot bewerkte houten bijzettafeltjes, noem maar op. Vanzelfsprekend moest er af en toe flink worden afgedongen om een redelijke prijs te krijgen. Naast de winkeltjes vind je er ook zo’n 143 moskeeën en medersa’s (scholen) en 13385 huizen, waarvan 10572 van historische betekenis.

 

 

Zo nu en dan kreeg je de gelegenheid om een kijkje te nemen in de werkplaatsen. Timmermannen, wevers, smeden, pottenbakkers en leerlooiers ‘live’, echt interessant om te zien. Vooral de leerlooierij was indrukwekkend. Je had van bovenaf zicht op de mannen die tot aan hun dijen in kuipen met vloeistoffen van allerlei kleuren stonden. In die kuipen zaten huiden. Zij stampten net zolang totdat de huiden de kleur van de vloeistof in de kuip aannamen. Er hing een ondraaglijke stank die door het hevig ruiken aan muntbladeren enigzins werd geneutraliseerd. Van het leer werden in de nabijgelegen werkplaatsen onder andere tassen, schoenen, slippers en portemonneetjes gemaakt.  Afgezien van de geuren waande je je er echt in de Fata Morgana van de Efteling.

Pats! Weg zeepbel! Nee, het betrof hier bepaald geen sprookje… Wat was het geval? We hadden op onze reis al heel wat mensen ontmoet die ons de meest onbenullige rotzooi wilden verkopen. Natuurlijk vormden de verkopers in Fes hierop geen uitzondering. Alleen het fanatisme was hier af en toe angstaanjagend. Ze waren opdringerig en hun houding ten opzichte van de vrouwen onder ons was op zijn zachtst gezegd minder plezierig. 

 

 

Het was geen plek waar je ‘op je gemak’ kon verdwalen. Van alle kanten werd je namelijk omringd door gidsen van allerlei pluimage die bereid waren je te begeleiden naar iedere bestemming. Maar goed, het scheen niet in de mannekes op te komen dat als er al zo’n vijf man als gids optreedt, nummer zes, zeven en acht ietwat overbodig zijn. Dit leidde dan ook tot de nodige kibbel- en soms zelfs vechtpartijtjes. Hetgeen ons weer de gelegenheid gaf ons zo snel mogelijk uit de voeten te maken. Wisten we nu alleen maar waarheen…

Al met al kun je wel stellen dat de medina van Fes een behoorlijke indruk op ons heeft gemaakt, zij het voor de een wat positiever dan voor de ander. Het is en blijft in ieder geval een bron van gespreksstof en mooie verhalen voor het thuisfront.